STOP4-7 Nederland - Resultaten 2009-2010

STOP4-7 is bedoeld voor kinderen van 4 tot 7 jaar met gedragsproblemen en hun opvoeders. De ouders missen de opvoedingscompetenties om met het kind om te gaan en ervaren een hoge opvoedingslast. STOP4-7 is een multimodale interventie, wat wil zeggen dat zowel het kind, zijn of haar ouders en de leerkracht en eventueel pedagogisch medewerker van het kind een training krijgen. Deze benadering is gebaseerd op de sociaal-leertheoretische inzichten van Patterson en zijn medewerkers en maakt gebruik van gedragstherapeutische technieken, zoals: aanleren en versterken van sociale en probleemoplossende vaardigheden door onder andere complimenten, privileges en muntjes. Ongewenst gedrag wordt verzwakt door middel van negeren, time-out en in sommige gevallen het ontnemen van privileges. De nadruk ligt hierbij op een positieve benadering. De kinderen komen tien weken lang één dag in de week bij elkaar waar bovengenoemde vaardigheden op een speelse manier in een groepje van zes tot tien kinderen door twee (daartoe getrainde) trainers worden bijgebracht. Parallel aan de kindtraining nemen de ouders deel aan een oudertraining. Positieve betrokkenheid, positief bekrachtigen, het stellen van regels en toezicht houden zijn hierbij belangrijke aan te leren vaardigheden. De leerkrachttraining kent vier bijeenkomsten, richt zich op dezelfde vaardigheden als de oudertraining en gaat bovendien in op de communicatie tussen ouders en leerkracht. STOP4-7 is opgenomen in de databank effectieve jeugdinterventies van het NJI1 als een theoretisch goed onderbouwde interventie. Sinds de start van STOP4-7 in Nederland in 2003 wordt onderzoek uitgevoerd naar de doeltreffendheid van de interventie. Dit rapport gaat over de resultaten van STOP4-7 Nederland in het schooljaar 2009-2010. Met behulp van het zorgevaluatiemodel van Veerman 2 een drietal onderzoeksvragen gesteld. De eerste vraag is; Wordt de beoogde doelgroep bereikt? Uit de resultaten blijkt dat kinderen die starten met STOP4-7 volgens hun ouders en leerkrachten ernstige externaliserende gedragsproblemen hebben. Daarmee is de doelgroep van STOP4-7 bereikt. Wel zijn er verschillen tussen instellingen en zullen meer gegevens over de doelgroep verzameld gaan worden om die verschillen te kunnen verklaren. De tweede vraag is: Wordt de interventie uitgevoerd zoals bedoeld? Ook deze vraag kan positief worden beantwoord met de gevonden resultaten. Uitvoerders van STOP4-7 houden zich aan het protocol van de interventie. Wel wordt de norm van huis- en schoolbezoeken niet gehaald. Ten slotte de derde vraag: Worden de gewenste uitkomsten behaald? De resultaten laten een significante verbetering zien aangaande gedragsproblemen bij kinderen en opvoedingsbelasting bij ouders. Daarmee worden de gewenste uitkomsten behaald. Wel is er bij het beëindigen van STOP4-7 nog sprake van ernstige problematiek. Blijkbaar biedt de interventie STOP4-7 uitkomst, maar nog onvoldoende. Voortzetting van de zorg in de vorm van individuele huisbezoeken zou een verdere daling van gedragsproblemen en opvoedingsbelasting te weeg kunnen brengen. Ondanks beperkingen zoals een lage respons en de verschillen tussen de diverse instellingen zijn deze resultaten een belangrijke bron van informatie die bijdraagt aan het verder professionaliseren STOP4-7 en daarmee de zorg aan jeugdigen in het algemeen.

Meer publicaties