Een kwalitatief onderzoek naar jeugdhulp met verblijf

Een kwalitatief onderzoek naar jeugdhulp met verblijf

De regio Rijk van Nijmegen streeft naar het ‘zo thuis mogelijk’ opgroeien van kinderen en daarmee naar minder inzet van residentiële hulp. Residentiële hulp dient alleen in het uiterste geval ingezet te worden. In het huidige exploratieve kwalitatieve onderzoek werd nagegaan: 1) of residentiële hulp inderdaad alleen als uiterste redmiddel wordt ingezet, 2) hoe de duur van het verblijf zo kort mogelijk gehouden kan worden en 3) hoe de geboden hulp wordt ervaren en welke suggesties er zijn ter verbetering.

Met acht jeugdigen en andere betrokkenen zijn semigestructureerde interviews gehouden om hun ervaringen met residentiële hulp in kaart te brengen. Hiervoor werd de Effectencalculator als instrument ingezet, waarmee de periode voorafgaand, tijdens en na verblijf aan de hand van een tijdlijn werd besproken. De residentiële hulpvormen waarop het onderzoek gericht was, waren open en gesloten behandelgroepen, een leefgroep en kamertraining.

Uit de interviews bleek dat bij alle jeugdigen sprake was van een uitgebreide hulpverleningsgeschiedenis en meervoudige en complexe problematiek. Zonder de inzet van de residentiële hulp zou het in de meeste gevallen zijn misgegaan; mogelijke gevolgen als huiselijk geweld, psychische problemen en geen of wisselende verblijfsplekken werden genoemd. Plaatsing in een residentiële setting lijkt bij deze jeugdigen dus niet zomaar te zijn ingezet en een uiterste redmiddel te zijn geweest. Er was echter niet altijd consensus over de best passende hulpvorm. Het toepassen van een matching model zou kunnen helpen om de meest geschikte hulpvorm te kiezen. De duur van de residentiële hulp werd in de meeste gesprekken passend gevonden. Bij één jeugdige werd de doorstroom belemmerd doordat geen vervolgplek beschikbaar was. Het is van belang dat er voldoende vervolgmogelijkheden zijn om de duur van de residentiële hulp zo kort mogelijk te houden. Ook een duidelijke(re) fasering van de hulp zou de duur van het verblijf positief kunnen beïnvloeden.
Over het algemeen zijn de jeugdigen en andere betrokkenen positief over de geboden hulp. Er lijkt sprake te zijn van goede orthopedagogische basiszorg en een goed pedagogisch klimaat, maar er is ruimte voor verbetering.

Het is aan te bevelen voor enkele casussen de gehele hulpverleningsgeschiedenis meer gedetailleerd te onderzoeken door middel van dossieranalyse. Dit geeft een completer beeld van het proces, welke keuzes er zijn gemaakt en wat anders had gekund of gemoeten. Hierdoor kan de vraag of de residentiële hulp voorkomen had kunnen worden mogelijk nog beter worden beantwoord. Het zou tevens interessant zijn te onderzoeken hoe jeugdigen, ouders en betrokkenen worden meegenomen in belangrijke beslismomenten en om bij een aantal jeugdigen het gehele proces van besluitvorming tot uithuisplaatsing en de periode daarna te volgen. Dit kan helpen concreter te maken wat nodig is om jeugdigen in de regio Rijk van Nijmegen zo thuis mogelijk te laten opgroeien.

Uitgevoerd door
Academische Werkplaats Jeugd Inside-Out
Mede mogelijk gemaakt door
ZonMw

Meer publicaties