20 jaar aanwijzingen voor de effectiviteit van IAG

We analyseerden in dit onderzoek de CBCL- en OBVL-gegevens van resp. 3362 en 2828 jeugdigen die in de periode 2009-2019 een intensieve ambulante gezinsbehandeling (IAG) afsloten bij 12 jeugdhulporganisaties in Nederland. De behandeling duurde gemiddeld zo’n 7 maanden. De gegevens werden verkregen uit de BergOp uitkomstenmonitor van de deelnemende organisaties. Het doel was uitspraken te doen over de effectiviteit van IAG op het probleemgedrag van de betrokken jeugdigen (CBCL) en de opvoedingsbelasting van hun ouders (OBVL). Dit zijn twee kernconcepten die veelal de problematiek samenvatten van aangemelde jeugdigen en hun gezinnen in de Nederlandse jeugdhulp en waarnaar ook regelmatig onderzoek werd (en wordt) gedaan. We gingen tevens na in hoeverre de resultaten wat betreft de CBCL overeenkwamen met die welke een tiental jaar geleden werden verzameld (periode 2000-2008). Ook analyseerden we de relatie tussen CBCL en de OBVL bij aanvang en afsluiting en tussen aanvang en afsluiting om uitspraken te kunnen doen over de wederzijdse beïnvloeding van probleemgedrag en opvoedingsbelasting over tijd.

IAG is een interventie voor gezinnen met meervoudige en complexe problemen. In de gegevens die we van de deelnemende organisaties ontvingen troffen we er 29 labels voor aan. We rangschikten deze onder vier varianten: (1) de reguliere variant die breed in jeugdhulp wordt ingezet, (2) de variant Erger Voorkomen (EV), bedoeld om jeugdigen met beginnend delinquent gedrag te behoeden voor het ontwikkelen van een criminele loopbaan, (3) de variant Intensieve Psychiatrische Gezinsbehandeling (IPG) voor gezinnen met jeugdigen waarbij bij een of meer gezinsleden psychiatrische problematiek speelt en (4) varianten die gericht zijn op jeugdigen met een licht verstandelijke beperking (LVB). In deze samenvatting wordt alleen ingegaan op de resultaten van de totale groep, die overigens voor verreweg het grootste deel uit de reguliere variant bestond. De conclusies gelden op enkele uitzonderingen na ook voor de vier varianten. In het rapport zelf komen eventuele verschillen tussen de varianten aan bod.

Meer publicaties