X
Bel voor meer informatie 024 3615480 praktikon@acsw.ru.nl

Laatste nieuws

EMPO Ouders 3.1 en EMPO Jongeren 3.1 met normgegevens beschikbaar!

Praktikon heeft in samenwerking met Pactum de EMPO 3.1 ontwikkeld. De EMPO 3.1 brengt
in kaart waar de eigen mogelijkheden van cliënten versterkt kunnen worden zodat zij grip krijgen op hun leefsituatie. Er is een versie voor ouders en een versie voor jongeren. De EMPO Ouders 3.1 meet de eigen kracht van ouders als opvoeder. De EMPO Jongeren 3.1 meet de eigen kracht van jongeren in het algemeen. De lijst wordt door ouders of jongeren ingevuld (zelfrapportage). Voor de EMPO Ouders 3.1 en EMPO Jongeren 3.1 zijn normgegevens beschikbaar. De EMPO 3.1 vervangt de eerdere niet-genormeerde EMPO-lijsten.

De EMPO 3.1 is gebaseerd op Zimmerman’s concept van Psychologische Empowerment en bestaat uit drie componenten: de intrapersoonlijke (gevoel van controle/competent te zijn), de interactionele (alertheid en bereid om ongewenste situaties zelf aan te pakken), en de gedragscontrole component (copinggedrag, alleen bij de versie voor ouders).

De EMPO Jongeren 3.1 bevat 14 vragen en de EMPO Ouders 3.1 bevat 12 vragen die beantwoord kunnen worden met: 1 (Zeer mee oneens), 2 (Mee oneens), 3 (Niet mee oneens, niet mee eens), 4 (Mee eens) of 5 (Zeer mee eens). De betrouwbaarheid van de EMPO Ouders 3.1 is goed voor de totale schaal (alpha=.86) en voor de drie subschalen (intrapersoonlijk: .87, interactioneel: .74, en gedragscontrole: ,97). Ook de betrouwbaarheid van de EMPO Jongeren 3.1 is goed voor de totale schaal (.89) en voor de twee subschalen (intrapersoonlijk: .89, interactioneel: .79).

De EMPO Ouders 3.1 en EMPO Jongeren 3.1 kunnen vanaf 1 november ook digitaal worden afgenomen via BergOp.

Download hier de vragenlijsten of neem voor meer informatie contact op met Harm Damen.

Referenties:
Damen, H., Veerman, J. W., Vermulst, A. A., Nieuwhoff, R., de Meyer, R. E., & Scholte, R. H. (2017). Parental empowerment: Construct validity and reliability of a Dutch empowerment questionnaire (EMPO). Journal of Child and Family Studies26, 424-436.

Damen, H. R., Veerman, J. W., Vermulst, A. A., Nieuwhoff, R., de Meyer, R. E., & Scholte, R. H. J. (2017). Empowerment van ouders als opvoeder: Constructvaliditeit en betrouwbaarheid van een Nederlandse empowermentvragenlijst (EMPO). Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk, 56, 28-48.

Outcome-dashboards: Inzicht in resultaten van jeugdhulp

Zorgaanbieders en gemeenten staan voor de uitdaging de kwaliteit en resultaten van de jeugdhulp helder in kaart te brengen. Praktikon is gespecialiseerd in het monitoren en in beeld brengen van uitkomsten van jeugdhulp en kan ondersteuning bieden bij het verzamelen, bewerken, analyseren, interpreteren en presenteren van gegevens. Daartoe heeft Praktikon onder andere outcome-dashboards ontwikkeld. Dit zijn resultaatoverzichten die de uitkomsten van de ingezette jeugdhulp in één oogopslag duidelijk maken. Daarnaast kan Praktikon het proces van aanlevering van gegevens aan gemeenten, zorgregio’s en het CBS ondersteunen en helpen automatiseren, wat zorgaanbieders veel werk kan besparen.

Outcome-dashboards
De basis voor de dashboards zijn de outcome-indicatoren zoals die door de VNG, het NJi en de brancheorganisaties zijn vastgesteld:

  • Uitval
  • Cliënttevredenheid
  • Doelrealisatie

Onderstaand vindt u een voorbeeld van hoe resultaten op de indicator ‘Uitval’ en ‘Doelrealisatie’ kunnen worden weergegeven:


Voorbeeldweergave outcome indicator ‘Uitval’

In gesprek over resultaten van zorg
Door de resultaten van de zorg op een toegankelijke manier weer te geven, kunnen zorgaanbieders en gemeenten gemakkelijk en op een eenduidige manier informatie uitwisselen. Gegevens kunnen worden weergegeven per gemeente of zorgregio, binnen de instelling als geheel of bijvoorbeeld per afzonderlijke zorgvorm. De gegevens kunnen in gesprekken tussen zorgaanbieders en gemeenten waardevolle aanknopingspunten bieden voor verbetering van de geboden zorg.

Een flexibel aanbod
Omdat criteria voor aanlevering van gegevens kunnen veranderen en wensen van instellingen en beleidsmakers kunnen verschillen, zijn de dashboards op maat in te richten en aan te passen. Heeft u hier vragen over? Neem dan contact op met Praktikon voor een persoonlijk advies.

Voorbeeldweergave outcome indicator ‘Doelrealisatie’

Meer informatie?
Ga naar ‘Dashboards outcome indicatoren‘ voor uitgebreide informatie en een demonstratie van de dashboards.
Voor het bespreken van de mogelijkheden of een vrijblijvende offerte kunt u contact met ons opnemen. We helpen u graag verder!

 

Cliëntervaringsinstrument Ben ik Tevreden? – samenwerking met Martha van Biene

Martha van Biene en Praktikon zijn een samenwerkingsrelatie aangegaan voor het uitgeven en verder ontwikkelen van het cliëntervaringsinstrument Ben ik Tevreden?. Ben ik Tevreden? is een laagdrempelig en praktisch instrument waarmee de kwaliteit van bestaan en klantervaring van mensen met een (verstandelijke) beperking in kaart gebracht én verbeterd kan worden. Het instrument wordt samen met een professional ingevuld en maakt deel uit van het persoonlijk plan van de klant. Doel: een zo goed mogelijke kwaliteit van bestaan van de klant, met zeggenschap over eigen leven, verbondenheid met anderen en zelfwaardering.

Met het instrument Ben ik Tevreden? wordt voldaan aan de eisen van het wettelijke kwaliteitskader van de gehandicaptensector. Ben ik Tevreden? is opgenomen in de definitieve waaier Kwaliteitskader Cliëntervaring van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN).

Ben ik Tevreden? is voortdurend in ontwikkeling. Zo is er onlangs een versie van Ben ik Tevreden? ontwikkeld voor ambulante cliënten en worden ook de mogelijkheden om de zorg in de sector Verpleging, Verzorging en Thuiszorg vanuit cliëntperspectief te evalueren door het Nivel onderzocht. Verder zal Praktikon de komende periode een valideringsonderzoek uitvoeren van de observatielijst voor cliënten met ernstig meervoudige beperkingen (EMB-cliënten). Ook biedt Praktikon trainingen aan die de professionals voorbereiden op het werken met het instrument. De vragenlijst ‘Ben ik Tevreden?’ is tevens opgenomen in het webbased softwarepakket BergOp van Praktikon, zodat deze digitaal kan worden ingevuld. Daarnaast is er een kwaliteitscheck ontwikkeld waarmee organisaties inzicht kunnen krijgen in de implementatie en het gebruik van het instrument.

Meer informatie?
Bekijk de website van ‘Ben ik Tevreden?’ of neem voor vragen contact op met Nina Esmeijer of Maud Hebben.

Kwalitatieve effectanalyses met de Effectencalculator

De Effectencalculator is ontwikkeld om vernieuwende werkwijzen in het sociaal domein te evalueren. De Effectencalculator onderzoekt de effectiviteit van vernieuwende methoden door middel van een constructieve dialoog tussen betrokkenen bij de hulpverlening van een individuele cliënt. Door meerdere individuele casussen op deze wijze te evalueren ontstaat een beeld over de werkzame ingrediënten van een werkwijze. Met behulp van een maatschappelijke prijslijst kan een inschatting worden gemaakt van de kosteneffectiviteit van de nieuwe aanpak. Deze kwalitatieve onderzoeksmethode kan ook op verschillende manieren worden toegepast bij bestaande interventies, om werkzame bestanddelen en kosteneffectiviteit van de interventie in kaart te brengen.

De Effectencalculator maakt op twee manieren een verschil zichtbaar:

  • tussen begin- en eindsituatie
  • tussen interventie (‘wat is gedaan’) en referentie (‘wat zou er gebeurd zijn zonder’).

Tijdens een sessie met betrokkenen wordt met elkaar een werkblad ingevuld, die naderhand wordt uitgewerkt tot een beknopte casusbeschrijving.

Praktikon biedt de Effectencalculator aan als kwalitatief instrument voor het evalueren van de (kosten)effectiviteit van interventies. Deze methodiek vormt een waardevolle aanvulling op ons aanbod van effectonderzoek met behulp van gestandaardiseerde instrumenten. Een aantal medewerkers is getraind in de methodiek en heeft de nodige ervaring met evaluatieonderzoek. De precieze vraagstelling en inzet van de Effectencalculator worden in overleg met de opdrachtgever nader ingevuld.

Meer informatie?
Kijk op www.effectencalculator.nl en neem contact op met Praktikon.

Veiligheidsmonitor: Aanvullende analyses personeel V(S)O 2016

Eind 2016 is de tweejaarlijkse monitor Sociale Veiligheid gepubliceerd (Tweede Kamer 2016-2017, 29240, nr.75). De monitor liet zien dat 88% van de personeelsleden in het voortgezet (speciaal) onderwijs zich veilig voelde, maar dus ook dat 12% zich niet veilig voelde. Om meer inzicht te krijgen in de factoren die samenhangen met ervaren veiligheid/onveiligheid van personeel binnen het voortgezet onderwijs is aan Praktikon gevraagd de onderzoeksgegevens op dit onderdeel verder te analyseren. Dat heeft het volgende rapport opgeleverd: ‘Sociale veiligheid in en rond scholen. Aanvullende analyses personeel V(S)O 2016’. Dit rapport is aangeboden aan sociale partners verenigd in het Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Voortgezet Onderwijs (VOION).

Bron: Rijksoverheid

Praktikon Trusted Partner van de ZRM

In 2017 heeft de GGD Amsterdam de Zelfredzaamheid-matrix (ZRM) herzien. Om de kwaliteit te kunnen waarborgen heeft de GGD Amsterdam aangegeven dat alleen Trusted Partners de ZRM digitaal mogen aanbieden. Praktikon is zo’n Trusted Partner. Als Trusted Partner krijgt Praktikon (inhoudelijke) ondersteuning en wordt de digitale versie door de GGD gecontroleerd.
Met een BergOp-licentie kunt u voor €100,- per half jaar onbeperkt gebruik maken van de ZRM 2017 via BergOp. Dit bedrag gebruikt de GGD voor verdere ontwikkeling van het meetinstrument en voor het borgen van de kwaliteit van de toepassing.

Meer informatie?
Bij interesse of vragen neem contact op met Praktikon.

Nieuw instrument meet zelfredzaamheid kind en gezin

Hulptrajecten voor kinderen en gezinnen zijn steeds meer gericht op een toename van de zelfredzaamheid en het versterken van de eigen kracht, en niet alleen op het verminderen van problemen. Voor het in kaart brengen van zelfredzaamheid bij volwassenen zijn sinds enkele jaren instrumenten beschikbaar. Maar hoe breng je zelfredzaamheid van kinderen en gezinnen in kaart? Voor professionals die hiermee aan de slag willen, lanceren het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) en Praktikon vandaag de Zelfredzaamheidschaal voor jeugdigen (ZRJ).

De ZRJ bestaat uit varianten voor verschillende leeftijdsgroepen en wordt bij voorkeur samen met het gezin ingevuld. Er is een uitgebreide handleiding. De ZRJ is afgestemd op de door de GGD Amsterdam ontwikkelde Zelfredzaamheid-Matrix® (ZRM®) voor volwassenen. Aantrekkelijk aan beide instrumenten is dat je voor alle belangrijke levensdomeinen in kaart kunt brengen hoe iemand functioneert. De scores op de domeinen helpen bij het opstellen van doelen voor een hulptraject en het bepalen welke hulp nodig is.

Zelfredzaamheid

De ZRJ gebruikt dezelfde definitie als de ZRM®: zelfredzaamheid is het zelf realiseren van een acceptabel niveau van functioneren op de belangrijkste domeinen van het dagelijks leven. Het gaat hier over ‘samen redzaam’ zijn; om zelfredzaam te zijn ben je afhankelijk van anderen. Tot die anderen behoren niet alleen gezinsleden, maar ook mensen uit het sociale netwerk van het gezin en hulpverleners. Om zelfredzaam te zijn, moet je om hulp kunnen vragen, dat op tijd en op een begrijpelijke manier kunnen doen.

Op weg naar een Digi-ZRJ

Om het gebruikersgemak van de ZRJ te verhogen wordt gewerkt aan een digitale tool. De Digi-ZRJ moet het voor professionals eenvoudiger maken om de ZRJ in te vullen, samen met jeugdigen en ouders. De tool wordt daarom in nauwe samenwerking met gebruikers ontwikkeld.

Samenwerkingspartners

De ZRJ is een uitgave van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) en Praktikon en is tot stand gekomen in samenwerking met gemeenten en organisaties in Emmen en Noord- en Midden-Drenthe, en met medewerking van diverse jeugdhulpinstellingen in heel Nederland.

Bron: Nederlands Jeugdinstituut

Meer informatie?
Download hier de handleiding: De Zelfredzaamheidschaal voor jeugdigen en gezinnen (ZRJ)

Dashboards: Outcome-indicatoren helder in beeld

Transparantie in de zorg is belangrijker dan ooit.  Jeugdzorginstellingen staan voor de uitdaging om hun zorgresultaten helder in kaart te brengen, niet alleen om de zorg binnen de instelling te optimaliseren, maar ook om samen met gemeenten in gesprek te gaan over de resultaten.

Om de informatie-uitwisseling tussen de betrokken partijen te ondersteunen, heeft Praktikon dashboards ontwikkeld die inzicht bieden in de resultaten van de ingezette jeugdhulp. Dit sluit aan bij het initiatief vanuit de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) om tot meer harmonisatie van ‘outcome-indicatoren’ te komen.

Wilt u meer weten over welke indicatoren dit precies zijn en wat u zou kunnen met de dashboards? Klik dan hier voor meer informatie.

ZO! VAN OBSERVEREN TOT STIMULEREN

In opdracht van de zeven Pedologische Instituten in Nederland (PI-7) is de observatielijst ‘Zelfregulatie in het onderwijs’ (ZO!) ontwikkeld. De ZO! is een hulpmiddel om het ontwikkelingsniveau van leerlingen op het gebied van zelfregulatie in kaart te brengen. Wanneer duidelijk is op welk niveau een leerling zelfregulatie heeft ontwikkeld, kunnen zijn of haar onderwijsbehoeften geformuleerd worden. Het is vervolgens mogelijk om het (intensieve) onderwijs-zorgarrangement zo in te richten, dat het aansluit op de onderwijsbehoeften van die individuele leerling of van een groep leerlingen.

Onlangs verscheen in ‘Kind & Adolescent Praktijk’ een artikel over de ZO!  In dit artikel wordt aandacht geschonken aan de totstandkoming van de ZO!, worden de validiteit en betrouwbaarheid besproken en wordt gekeken naar de eerste ervaringen met de ZO! vanuit de praktijk. Uit een pilot blijkt dat leerkrachten positief zijn over het gebruik van de ZO!. Daarnaast blijkt de ZO! bruikbaar voor verschillende doeleinden en lijkt er in het land grote interesse te zijn in een handelingsgericht instrument om onderwijs-zorgarrangementen te volgen en vorm te geven. De ZO! lijkt dan ook te voldoen aan een behoefte ‘in het veld’. Er dient echter nog nader onderzoek te worden gedaan naar de implementatie, het gebruik en de meerwaarde van de ZO! in de praktijk. Lees hier het volledige artikel.

Klik hier voor meer informatie over de ZO! of neem contact op met Tamara Wally (t.wally@cedgroep.nl) of Coleta van Dam (c.vandam@acsw.ru.nl).

Sociale veiligheid in en rond scholen

Veiligheid op en rond school wordt sinds 2006 actief door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)gemonitord. Het ITS, onderdeel van de Radboud Universiteit Nijmegen, heeft in 2006 de basis gelegd voor het onderzoeksmodel van de landelijke monitor. De afgelopen jaren heeft het ITS de monitor afgenomen in samenwerking met het NJI en Regioplan. Met het opheffen van het ITS in 2016 is de rapportage van de monitor voor dat jaar overgenomen door Praktikon. In 2006 en 2008 is de monitor alleen in het voortgezet onderwijs afgenomen, in 2010, 2012, 2014 en 2016 ook in het primair onderwijs. De monitor levert niet alleen een landelijk beeld, maar ook schoollocaties krijgen een rapportage op schoolniveau waarmee ze het eigen veiligheidsbeleid kunnen toetsen en het veiligheidsklimaat kunnen monitoren.

Beknopte resultaten V(S)O
In het voortgezet onderwijs voelt het grootste deel van zowel de leerlingen als de personeelsleden zich door de jaren heen veilig op school. Het percentage leerlingen dat zich veilig voelt op school is vanaf 2006 tot 2016 door de jaren heen stabiel tussen de 93% en 95%.

Resultaten voortgezet onderwijs

Leidinggevenden
Over de jaren worden er volgens leidinggevenden steeds vaker maatregelen met betrekking tot het veiligheidsbeleid op scholen genomen, van 61% in 2006 naar 69% in 2014. Met de meting van 2016 erbij kan worden gesteld dat vanaf 2012 dit percentage redelijk stabiel blijft rond de 68%.

Personeelsleden

  • Bijna het voltallige personeel (bijna 100%) geeft aan dat er gedragsregels op school zijn. Op de vraag waar deze gedragsregels in te zien of te verkrijgen zijn, bestaat meer diversiteit in antwoorden. Het personeel zegt in toenemende mate dat de regels in de hal/gang zijn in te zien, in 2016 (55%) stabiliseert dit. Vanaf 2010 zien we een stabilisatie op 90% van de personeelsleden die aangeven dat de regels via internet zijn te raadplegen.
  • Een grote meerderheid van het onderwijspersoneel voelt zich veilig. Op school zelf geldt dat voor 88%, gevolgd door het veiligheidsgevoel op de parkeerplaats (87%), schoolomgeving (87%) en fietsenstalling (84%).
  • Bij het personeel is 35% van mening dat er voldoende voorlichting, instructie en training is ten aanzien van agressie en geweld. Het adequaat opvangen van slachtoffers en aanpakken van daders is volgens respectievelijk 74% en 76% van de personeelsleden goed geregeld.

Leerlingen

  • Een overgrote meerderheid van de leerlingen (84%) geeft aan dat er op school gedragsregels zijn. De meeste leerlingen noemen verschillende bronnen, waar de gedragsregels geraadpleegd kunnen worden. De bekendheid met deze bronnen komt nergens boven de 50% uit.
  • Een grote meerderheid (95%) van de leerlingen voelt zich veilig op school. Op andere locaties is het veiligheidsgevoel ook hoog: ruim 93% bij de fietsenstalling, op de parkeerplaats 94% en in de omgeving van de school ook 94%.
  • Leerlingen zijn het vaakst slachtoffer van verbaal geweld, over de gehele periode vanaf 2006 heeft ongeveer een derde (30%) van de leerlingen hiermee te maken gehad als slachtoffer. Over de gehele periode is ongeveer 5% tot 8% van de leerlingen slachtoffer van seksueel geweld. Alle percentages zijn redelijk stabiel over de jaren, er is geen duidelijke trend zichtbaar.

Pesten
In tegenstelling tot de leerlingen geven personeelsleden aan nauwelijks dader dan wel slachtoffer te zijn van pesten. In het voortgezet onderwijs worden minder kinderen gepest. Twee jaar geleden ging het om 11 procent van de leerlingen, dat is nu 8 procent. In totaal geeft 5% van de leerlingen in het voortgezet onderwijs aan wekelijks of dagelijks te worden gepest, ook dit percentage lag in 2014 echter hoger op 8%.

Sociale veiligheid LHBT
Door de jaren heen zijn er nauwelijks veranderingen op dit gebied. Tussen de 12% en 15% van de leerlingen vindt het niet in orde indien ze les krijgen van een docent die homoseksueel of lesbisch is, 68% van de leerlingen accepteert homoseksuele jongens als vriend en 73% accepteert lesbische meisjes als vriendin. Daarentegen geeft 18% aan geen homoseksuele jongen als vriend te willen, en 13% accepteert geen vriendschap met lesbische meisjes. Jongens zijn minder tolerant tegenover LHBT dan meisjes.

Download hier het volledige onderzoeksrapport.